Een Spaanse volksaanklager eist 24 jaar gevangenisstraf tegen Begoña Gómez in de zaak rond vermeende corruptie en beïnvloeding.
De eis komt van een zogeheten acusación popular, een particuliere aanklager die in Spanje zelfstandig kan optreden in strafzaken. Het gaat dus niet om het Openbaar Ministerie, dat nog geen officiële strafeis heeft ingediend.
De aanklacht volgt kort nadat rechter Juan Carlos Peinado het onderzoek afrondde en voorstelde om Gómez te berechten voor vier strafbare feiten: beïnvloeding, corruptie in het bedrijfsleven, verduistering van publieke middelen en onrechtmatige toe-eigening.
Volgens de volksaanklager rechtvaardigen de feiten een zware straf. De eis bestaat uit afzonderlijke straffen van 6 jaar voor beïnvloeding, 4 jaar voor corruptie, 8 jaar voor verduistering en 6 jaar voor toe-eigening, samen goed voor 24 jaar cel.
De aanklacht is ingediend door de organisatie Hazte Oír, die optreedt als volksaanklager in de zaak. Ook tegen andere betrokkenen zijn straffen geëist.
De zaak draait onder meer om een leerstoel aan de Complutense Universiteit en mogelijke financiële constructies met bedrijven die betrokken waren bij overheidsopdrachten. Ook wordt gekeken naar het gebruik van een overheidsmedewerker voor privéwerkzaamheden.
De procedure bevindt zich nog in een voorbereidende fase. Verschillende partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, moeten hun definitieve aanklachten en strafeisen nog indienen voordat een proces kan beginnen.
De verdediging van Gómez heeft eerder alle beschuldigingen ontkend. Vanuit de regering is herhaaldelijk gesteld dat er geen sprake is van strafbare feiten.
Het is aan de rechter om uiteindelijk te bepalen welke aanklachten worden toegelaten en of de zaak daadwerkelijk voor de rechter komt.
