Aantal huiseigenaren daalt met 22 procent, terwijl grote vastgoedbezitters sterk groeien

Het aantal huishoudens met een eigen woning is in veertien jaar met 22 procent gedaald, terwijl grote vastgoedbezitters hun bezit meer dan verviervoudigden. Dat blijkt uit een rapport van het Spaanse ministerie van Consumentenzaken, gebaseerd op gegevens van de Belastingdienst.

Het aandeel huishoudens dat in een koopwoning woont, daalde van 79 procent in 2008 naar 63,9 procent in 2025. Tegelijkertijd steeg het aandeel huurders van 11,9 procent naar 19,2 procent. Ook het aantal huishoudens dat woningen verhuurt, nam fors toe: van 3,4 procent naar 9,8 procent.

De cijfers wijzen op een sterke verschuiving naar meer huur en grotere concentratie van eigendom. Minder huishoudens bezitten een woning, terwijl een kleinere groep juist meer vastgoed in handen krijgt.

Die ontwikkeling is vooral zichtbaar bij grote bezitters. Huishoudens met meer dan tien woningen zagen hun vastgoedportefeuille groeien van 138.000 naar 626.000 woningen. Daarmee is het bezit in deze groep ruim verviervoudigd.

Binnen de groep eigenaren is ook een kantelpunt bereikt. Waar in 2008 nog een meerderheid één woning had, heeft inmiddels meer dan de helft twee of meer woningen. Daarmee is multiproperty de dominante vorm geworden.

Tegelijkertijd groeit de kloof tussen huishoudens. Het aantal huishoudens zonder vastgoed nam met 63 procent toe, terwijl het aantal met meerdere woningen met 54 procent groeide. De middengroep — huishoudens met één woning — kromp juist met 22 procent.

Volgens het rapport wijst dit op een toenemende ongelijkheid op de woningmarkt, waarbij toegang tot eigendom voor steeds meer huishoudens buiten bereik raakt.

Bron: Ministerio de Derechos Sociales, Consumo y Agenda.