Spaanse huishoudens telden in 2025 ruim 15,1 miljoen huisdieren, blijkt uit een eerste officiële schatting van de Spaanse overheid. Het onderzoek maakt deel uit van de nieuwe Nationale Statistiek voor Dierenbescherming en is vrijdag gepresenteerd door het Spaanse ministerie van Sociale Rechten, Consumentenzaken en Agenda 2030.
Volgens de voorlopige cijfers leven er in Spanje 15.171.569 gezelschapsdieren. Honden vormen met 7,56 miljoen dieren veruit de grootste groep en zijn goed voor ongeveer de helft van het totaal. Er zijn daarnaast 5,62 miljoen geregistreerde katten, goed voor 37 procent van alle huisdieren. Verder leven er bijna 2 miljoen andere huisdieren in Spaanse huishoudens, waaronder konijnen, vogels, reptielen en schildpadden.
De statistiek laat ook zien dat het aantal huisdieren tussen 2021 en 2025 met 14 procent is toegenomen. De schatting is gebaseerd op registraties in de regionale databanken voor huisdieren uit die periode.
Regionaal gezien heeft Andalusië de meeste huisdieren, met ongeveer 3,3 miljoen geregistreerde dieren. Daarna volgen Catalonië met bijna 2 miljoen, de regio Madrid met 1,9 miljoen en de regio Valencia met 1,5 miljoen dieren.
De nieuwe statistiek vloeit voort uit de Spaanse dierenwelzijnswet van 2023 en wordt de komende maanden verder uitgewerkt in samenwerking met regionale overheden, gemeenten en betrokken organisaties.
Tijdens de bijeenkomst van de Staatsraad voor Dierenbescherming werd daarnaast afgesproken een protocol op te stellen voor de opvang van huisdieren bij noodsituaties en natuurrampen. Dat gebeurt samen met de Spaanse civiele bescherming, zodat regio’s hun noodplannen kunnen aanpassen aan de wettelijke regels voor dierenwelzijn.
Bron: Ministerio de Derechos Sociales, Consumo y Agenda 2030 (5 juni 2026).
