Bijna de helft van de bestuurders die in 2025 omkwamen bij een verkeersongeval in Spanje had alcohol, drugs of medicijnen in het lichaam. Dat blijkt uit het jaarlijkse toxicologische onderzoek van het Spaanse Nationaal Instituut voor Toxicologie en Forensische Wetenschappen (Instituto Nacional de Toxicología y Ciencias Forenses, INTCF).
Van de 894 overleden bestuurders die zijn onderzocht, testten 446 positief, oftewel 49,9 procent. Daarbij werd gekeken naar alcohol, drugs en medicijnen die het zenuwstelsel beïnvloeden, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen en antidepressiva. Sinds 2022 hanteert het instituut een wetenschappelijke detectiegrens van 0,10 gram alcohol per liter bloed, naast de aanwezigheid van drugs of medicijnen.
Alcohol werd het vaakst aangetroffen. Bij 290 bestuurders (32,4 procent van alle onderzochte bestuurders) werd alcohol gevonden. Daarnaast testten 187 bestuurders positief op drugs en 152 op medicijnen die het zenuwstelsel beïnvloeden. Meerdere middelen kwamen regelmatig in combinatie voor.
Ruim één op de vijf overleden bestuurders had een alcoholpromillage van meer dan 1,20 gram per liter bloed. Onder de bestuurders die positief testten op alcohol liep dat aandeel zelfs op tot 62,8 procent. Volgens het INTCF onderstrepen deze cijfers het uitgangspunt dat 0,0 gram alcohol de enige echt veilige norm is voor deelname aan het verkeer.
Van de aangetroffen drugs kwam cocaïne het vaakst voor, gevolgd door cannabis. Bij de medicijnen die het zenuwstelsel beïnvloeden werden vooral benzodiazepinen, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen, aangetroffen. De meeste bestuurders met een positieve toxicologische uitslag waren mannen: 90,4 procent.
Het onderzoek is gebaseerd op toxicologische analyses van 1.202 dodelijke verkeersslachtoffers, waaronder 894 bestuurders en 171 voetgangers, uitgevoerd in samenwerking met forensische instituten uit heel Spanje.
Bron: Instituto Nacional de Toxicología y Ciencias Forenses (2026).
