Rechter eist paspoort van Begoña Gómez, Spaanse regering spreekt van politieke vervolging

Begoña Gómez, de echtgenote van premier Pedro Sánchez, moet woensdag haar paspoort inleveren bij de rechtbank in Madrid nadat rechter Juan Carlos Peinado vorige week besloot haar voor de rechter te brengen. Ook haar adviseur Cristina Álvarez is opgeroepen om haar paspoort af te geven.

Peinado heeft beide vrouwen woensdag om 18.00 uur opgeroepen om hun paspoort in te leveren en aan te geven of zij naast hun Spaanse paspoort nog andere reisdocumenten bezitten. De maatregel volgt op het besluit van de rechter om Gómez, Álvarez en ondernemer Juan Carlos Barrabés voor de rechter te brengen.

Naast de inlevering van hun paspoort geldt voor Gómez en Álvarez een verbod om Spanje te verlaten. Ook moeten zij zich elke twee weken melden bij de rechtbank. Volgens de rechter bestaat er een risico op vluchtgevaar. Daarbij verwees hij naar de mogelijkheid dat beveiligers van de Spaanse Nationale Politie (Policía Nacional) de echtgenote van de premier zouden kunnen helpen. Die uitspraak leidde tot kritiek van politievakbonden en van minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska.

Tegelijkertijd onderzoekt de Algemene Raad voor de Rechtspraak (CGPJ) maandag of een disciplinaire procedure tegen Peinado moet worden gestart vanwege zijn opmerkingen over de politie.

De Spaanse regering spreekt van politieke vervolging en noemt de nieuwe oproep een volgende stap in wat zij ziet als een onevenredige behandeling van Gómez. Regeringsbronnen wijzen erop dat de oproep samenvalt met het debat in het Spaanse parlement waarin Sánchez uitleg geeft over de politieke situatie en gerechtelijke onderzoeken rond de PSOE.

Ook PSOE-woordvoerder Montse Mínguez en minister van Transport Óscar Puente hebben publiekelijk gewezen op die samenloop van gebeurtenissen en suggereren dat die geen toeval is.