De Spaanse rechter Juan Carlos Peinado wil Begoña Gómez voor vier strafbare feiten voor de rechter brengen, waaronder beïnvloeding en corruptie, en sluit het onderzoek af.
Het gaat om verdenkingen van beïnvloeding, corruptie in het bedrijfsleven, verduistering van publieke middelen en onrechtmatige toe-eigening. De rechter geeft partijen vijf dagen om zich uit te spreken over een mogelijke rechtszaak met een volksjury.
Volgens Peinado zijn er aanwijzingen dat Gómez haar positie als vrouw van premier Pedro Sánchez heeft gebruikt om invloed uit te oefenen, onder meer rond een leerstoel aan de Complutense Universiteit. Hij spreekt in zijn beschikking van gedragingen die volgens hem “eerder passen bij absolutistische regimes”.
De rechter vermoedt daarnaast dat private financiering rond de leerstoel mogelijk diende als verborgen tegenprestatie voor zakelijke voordelen bij overheidsopdrachten. Ook ziet hij aanwijzingen voor misbruik van publieke middelen, omdat een adviseur van de regering privéwerk voor Gómez zou hebben verricht.
Het onderzoek naar een vijfde verdenking, onbevoegd handelen, is stopgezet.
De beslissing leidt tot scherpe politieke reacties. De regering noemt de uitspraak “ongepast binnen een democratische rechtsstaat” en spreekt van verontwaardiging over de bewoordingen van de rechter. Ministers benadrukken het vertrouwen dat een hogere rechtbank de beslissing zal herzien.
De conservatieve oppositiepartij PP noemt de situatie “ongelooflijk” en wijst erop dat de vrouw van de regeringsleider strafrechtelijk wordt vervolgd. Coalitiepartij Sumar spreekt van een “twijfelachtige instructie”, terwijl Vox de stap van de rechter juist toejuicht.
Gómez was op het moment van de bekendmaking met Sánchez in China voor een officieel bezoek.
